hanneke de munck beelden tentoonstellingen atelier contact
exposities publicaties projecten agenda

Artikelen:

_Beelden, vierjaarlijks magazine, Gedenkbeeld voor de Liefde, Hanneke de Munck, door Sya van 't Vlie , 3# 2010 / jaargang 13 no 51: www.beeldenmagazine.nl

_50 publicatie en meer in alle belangrijke kranten over de onthulling van het gedenkbeeld voor Osip en Nadezjda Mandelstam op 25 mei 2010 werden geteld door het Information Office van de universiteit van St.Petersburg, SPBGU.

_Monument voor de Liefde, Osip en Nadezjda Mandelstam, Sint Petersburg – Amsterdam 2010, een uitgave ter gelegenheid van de onthulling, door Alexander Grigoriev

_ Non – crossovers, Grensverleggende beelden van29 leden van het beeldhouwerscollectief ABK, catalogus bij de expositie in Pulchri Studio Den Haag, juni 2009, tekst Sya van 't Vlie, curator

_Met hart & ziel, Hanneke de Munck en Sietse Bakker, een dubbelportret, door Christine Schlette

_Blauwe Cirkel, no 2/ 2009, uitgave van de VDG te Haarlem, n.a.v expositie in De Gang

_NIP Nieuws dec. 2008, Nederlands Instituut St.Petersburg

_BRES, tijdschrift voor religie, wetenschap en gnosis, rubriek "Met het oog op", oktober 2006

_Jonas, 2002, Engelen, artikel door Marjolein Wolf

_Documentatiemap, uitgave onder eigen beheer, 2000

_Tijdschrift Dans, 1998, artikel Elise Wiggers

_Nieuws van de Dag, 6 juni 1997, artikel Els Roest

_Art & Value, 1997, nr. 2, artikel Jaqueline van Vollenhoven, Dansers en engelen, De beelden van Hanneke de Munck

_Brabants Nieuwsblad, 20 maart 1992, artikel Rob Schoonen

_Tableau, december 1989, artikel door Ernst van der Vossen

Decathlon-award (in opdracht van Sara Lee / DE)
Carla Arendsen van Sara Lee schreef in het DE Magazine (maart 1997):

Via het Amsterdams Beeldhouwers Kollektief kreeg Hanneke de Munck de opdracht om een niet te glad, naturalistisch beeldje van een ongeveer 20 cm grote polsstokhoogspringer te maken. Samen met haar vaste model probeert ze de beweging in "slow motion" te vatten. Ze zoekt naar het mooiste moment van de sprong, waarbij de kracht het sterkst is in zowel de mens als in de stok. In de bibliotheek vindt Hanneke een boek over atletiek waarin de sprong aan de hand van vele foto's van moment tot moment wordt beschreven. Daarna wordt de constructie van het eerste ontwerp gemaakt, die in bijzijn van het model verder wordt afgewerkt. Na wat rondbellen lukt het Hanneke om een training bij te wonen van de huidige Nederlands Kampioen polsstokhoogspringen, Laurens Looiens. Tijdens de training blijkt dat de techniek is veranderd ten opzichte van de uitleg in het boek. Atleten springen tegenwoordig niet met gebogen armen (zoals ook in ons logo), maar met gestrekte armen.

Na vele aanlopen en sprongen te hebben bestudeerd maakt ze een tweede constructie van dik koperdraad, waarbij ze de krachtexplosie met donkere boetseerwas probeert vast te leggen.

Solo-expositie bij GAK Apeldoorn
Johan Bonekamp van het GAK te Apeldoorn, 1996:

Hanneke de Munck, thans woonachtig in Amsterdam, studeerde in Den Haag en Amsterdam, resp. aan de Koninklijke Academie en de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten. Zij heeft sindsdien talloze exposities gehad, o.a. in de Oude Kerk te Amsterdam, het museum Tongerlohuys in Roosendaal, kunsthandel Ina Broerse te Laren, de Hoge Hees te Eersel, de Keukenhof in Lisse en in de tuinen van Mien Ruys in Dedemsvaart.

Zij werkt vanuit de figuratie, stoelend op de klassieke traditie, met een universele symboliek in een eigen vormentaal weergegeven door mens- en dierfiguren. Beweging speelt bij haar een essentiële rol. Zij weet steeds de sterkste spanning te vangen, het moment van overgang van de ene in de andere beweging, een gewrichtspunt waarop de figuur in een volmaakte balans is. Haar engelen zijn nèt op aarde neergedaald en zullen zich - misschien terwijl u ernaar kijkt - verder bewegen, haar adelaars staan op het punt op de wieken te gaan; bij de dansers zult u even moeten wachten om te zien wat ze gaan doen - maken zij een pas of wordt het een sprong? De draken zijn licht en luchtig, ze bewegen zich tussen hemel en aarde als bliksemschichten langs de horizon. Andere dierfiguren zoals de vleermuis geven een misschien nog subtielere beweging weer: de transformatie.

Engelen, vogels, draken en dansers zijn voor Hanneke de Munck symbolen van spirituele energie. Alles geeft een aspect weer van de mens die de synthese in de tegenstellingen vindt en zich vrij beweegt in het onmetelijke universum.

Voor haar natuurstenen beelden kiest Hanneke de Munck het materiaal met zorg en gevoel voor de structuur van de steen. Het karakter van de steen moet het onderwerp van het beeld potentieel in zich hebben. Dit heeft tot gevolg dat zij zeer uiteenlopende steensoorten gebruikt. De tekeningen zijn ontstaan uit het samenspel met Peter de Haas, die al jaren als dansend model voor Hanneke de Munck werkt. Ze vormen de basis voor de beelden. De gouaches ontwikkelden zich later tot op zichzelf staande kunstwerken. De houtskooltekeningen en gouaches variëren van 30 x 40 tot 100 x 200 cm.

Dansende monolieten van graniet
Emy Gomperts schreef in 1997:

Graniet en dans waren voor Hanneke de Munck de inspiratiebronnen bij de schepping van een serie monumentale sculpturen. Deze beeldengroep bestaat uit: Sirius, Werveldans, Vlinderdans en Spiraaldans.

Als men naar de beelden toe loopt, krijgt men een associatie met Stonehenge. De contouren van de rechtop in de ruimte geplaatste stenen nemen de beschouwer mee in een tijdloze dans. Nadert men de beelden wat meer, dan begint het lijnenspel op de gladde vlakken in het wisselende licht te werken. De zware stenen lijken met leven bezield te worden. De beelden dansen - zoals zoveel van de werken van Hanneke de Munck. De dans verbeeldt vrijheid, en harmonie met hemel en aarde. Het model van De Munck is een  danser die zich op muziek van verschillende culturen door haar atelier beweegt. Deze lichte dans werd gevat in prachtige platen oeroud graniet - croutes of restplakken - die aan één kant ruw zijn terwijl de andere kant een zaagvlak heeft.

Hanneke de Munck bewerkte voor deze groep grijs en wit graniet, en groen en rood gneis. De grootste stenen zijn 2,20 m hoog en 1,20 m breed. De kristallen van het rode gneis suggereren met hun sterk wervelende tekening reeds de beweging van de danser. Het meest opvallend van deze beelden zijn de contouren die met één grote lijn een vorm in de ruimte zetten. In het frontale zaagvlak is de vormgeving subtieler door ingehakte lijnen, die doen denken aan Egyptische hiërogliefen. Het ondiepe reliëf, ontstaan door het gebruik van verschillende beitels, wordt afgewisseld met gepolijste vlakken. Dit doet het karakter van de steen optimaal tot zijn recht komen.

Met gevoel voor vorm
Rob Schoonen schreef hierover in 1992 in de kunstbijlage van het Branbants Nieuwsblad:

Het verhaal dat Hanneke de Munck (1951) te vertellen heeft is helder en doeltreffend. Ook bij haar staat de emotie voorop maar de dansers, engelen of draken van De Munck vertellen dat verhaal meer impliciet. Het zijn fraaie beelden die met verve zijn opgebouwd in een traditie die verwijst naar de beeldhouwkunst van bijvoorbeeld een Maillol (hoe anders ook), maar eveneens herinnert aan Van Hall of Van Pallandt. Het is knap te zien hoe De Munck kneedt, strijkt en duwt om op precies het juiste moment de vorm te laten voor wat die is en zich niet verliest in allerhande "aardige accenten". Die doen meestal namelijk afbreuk aan het geheel. De Munck weet dat: haar beelden bewijzen dat.

De Dans
Ernst van der Vossen schreef hierover in 1989 in "Tableau":

In haar atelier danste het model. Als men bedenkt dat een model gewoonlijk tamelijk roerloos zit of staat, is een wervelend figuur, gebonden aan de bodem maar toch zwevend, een geheel andere wijze van benadering van het onderwerp. Het zijden dansgewaad waaide breed uit, de zwaartekracht trok ruimtelijke sporen. Kunstenares en model lieten zich inspireren door Chopins pianoconcerten en Beethovens sonates voor cello en piano. De eerste kleischetsen leidden tot kleine bronzen, deze op hun beurt tot levensgrote tekeningen en schilderijen, en daaruit ontwikkelden zich middelgrote sculptures, ca. 85 cm hoog. Een bezoek aan Griekenland (de bronzen in het Museum van Athene, zoals de befaamde Poseidon) en een al jarenlange bewondering voor de Nike van Samothrake (Louvre) lieten reminiscenties na: de dansbeelden zijn klassieke evocaties van verrukking, vrijheid, vreugde. De dans roept, schreeuwt, bevleugelt. Twee jaren van intieme dialoog tussen materie en gedachte zijn in beelden, tekeningen en schilderijen vastgelegd.